Klimaatspijbelaars, vergeet niet: het klimaatprobleem is er vanzelf gekomen, het zal vanzelf ook wel verdwijnen

K


Soms kan ik me nog ergeren. De jongeren betogen op de meest volwassen wijze met vooral één boodschap (de rest is folklore): dames en heren politici, jullie doen te weinig aan het klimaat (‘too little, too late’). En dan krijgen ze in Trends van Daniëlle Vanwesenbroeck, Vlaams Parlementslid voor Open Vld de volgende neerbuigende reactie: een ambitieus en doeltreffend klimaatbeleid laat zich niet vangen in slogans en kortzichtige maatregelen. Voor beleidsmakers komt heel wat kijken om een allesomvattend klimaatbeleid te voeren. Dat lossen we niet zomaar eventjes op…. ….we zitten in een beroep van evenwichten

Wat is dat ‘eventjes’?

Op 23 juni 1988 waarschuwt de directeur van NASA de Amerikaanse senaat dat de opwarming der aarde een wetenschappelijk feit is. Tot dan hebben de wetenschappers uit voorzichtigheid gezwegen, maar uiteraard waren hun bevindingen al in brede kringen bekend. Dit is nu meer dan dertig jaar geleden. Wat is dat, mevrouw Vanwesenbeeck, eventjes?

De directeur van de NASA, mevrouw, u weet wel dat clubje dat in zijn jeugd weinig spijbelde en minder dan twintig jaar ervoor een eerste man op de man bracht. Die periode sloot overigens een veertigjarige periode af waar de aarde lichtjes afkoelde en wetenschappers veronderstelden dat we op weg waren (over een periode van enkele duizenden jaren) naar een nieuwe ijstijd, tot men het koelend effect van de aerosols ontdekte, die niet alleen de aarde afkoelden, maar ook een flink gat in de ozonlaag sloegen.

Politici én wetenschappers waren ook zonder die toespraak al zo ongerust dat in hetzelfde jaar (nogmaals, meer dan dertig jaar geleden)  het VN-Milieuprogramma (UNEP) en de Wereld Meteorologische Organisatie (WMO), het IPCC oprichtten met, nog hetzelfde jaar, bekrachtiging door de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties. In 1992 verschijnt het eerste IPCC-rapport. Wetenschappers zijn voorzichtig en tegen hun natuur in (academici discussiëren graag hevig) moeten ze een consensus bereiken. Die is ondanks de omzichtigheid toch alarmerend, maar de wetenschappers zijn nog niet echt helemaal zeker dat de opwarming wel vooral veroorzaakt wordt door menselijk gedrag. Zij zijn voorzichtig en vermijden een taalgebruik dat op overdrijving zou kunnen wijzen, maar zelf weten ze beter. De klimaatontkenners  daarentegen mogen een foutje in het belachelijke trekken, ze mogen er werkelijk alles bij sleuren, van het rapport voor de Club van Rome via kleine ijstijden op de schilderijen van Breughel, tot het zwembad van Al Gore.  Ze mogen geïsoleerde feiten aanhalen om te ‘bewijzen’ dat de volledige modellen helemaal fout zitten. Het enige wat ze nooit kunnen, zijn betere modellen bouwen; wat ze wel kunnen is heel hard roepen dat er veel belangrijkere problemen bestaan. Ik denk dan bij ons vooral aan Brussel-Halle-Vilvoorde.

Ook mevrouw Vanwesenbeeck brengt de jonge klimaatbetogers nog even moederlijk in herinnering dat er meer uitdagingen zijn dan het klimaat alleen. Alsof die jonge mensen niet weten dat er armen zijn, files, burnout bij hun leerkrachten. Wat ze wel weten is dat er een enorm mobiliteitsprobleem is, inzonderheid rond Antwerpen, en ze hebben zelf kunnen vaststellen hoe snel de politici dat probleem hebben aangepakt. 

In 1996 is bij het volgende rapport van het IPCC de voorzichtigheid grotendeels, maar niet volledig,  verdwenen. De mensheid zou best zo snel mogelijk de CO2-uitstoot radicaal ombuigen. Dat is nu 23 jaar geleden. Ik zou zeggen, we hebben sindsdien wel ‘eventjes’ de tijd gehad er iets aan te doen.

Wereldleiders, academici, politici, ngo’s, (wetenschap)journalisten geraken wereldwijd gealarmeerd. De feiten zijn niet langer te loochenen en omdat broeikasgassen niet bij de grenzen stoppen, beseft men dat er internationale verdragen moeten komen. De milieuconferenties volgen elkaar op, de beloftes van de regeringen worden steeds ambitieuzer, de paniek in sommige wetenschappelijke kringen steeds groter, de eerste klimaatveranderingen worden zichtbaar. 

Persoonlijk tracht ik in die periode te begrijpen wat er echt aan de hand is, want er is heel veel populistische en bewuste desinformatie. Ik buig mij maandenlang over de relevante studies en interpretaties. Ik lees de teksten van de klimaatsceptici. In een column van Trends schrijf ik in 2008 (dat is nu elf jaar geleden!) het volgende: ‘het gaat duidelijk veel sneller dan gedacht. De gevolgen op korte termijn zijn vrij beperkt, de gevolgen op lange termijn zijn ronduit catastrofaal. En vele experts schatten dat zodra we door de grens van twee graden opwarming schieten, we de aarde niet meer kunnen stabiliseren op drie of vier graden. De scenario’s die dan worden geschreven, zijn van een zelden geziene wreedheid.’  

Dat was niet de hysterie van een klimaatgelovige, niet de kreet van een groene boomknuffelaar, geen slogan van een zeventienjarige die roept naar snelle oplossingen, maar de eigen synthese van een managementprof, verregaand geschoold in geavanceerde statistische methoden. 

Een in mijn ogen gezaghebbend blad als The Economist (ook al voorstander van de vrije onderneming) verandert in die periode radicaal van standpunt. Ze verlaten hun gezond scepticisme en wijzen, louter op basis van betrouwbare studies, op de mogelijks catastrofale gevolgen voor de wereldbevolking en zeker voor de economie van een alsmaar sneller galopperende opwarming. Ze brengen systematisch verslag uit van nieuwe evidenties, onverwachte moeilijk te verklaren data die de modellen bij eerste benadering lijken tegen te spreken, ze berichten over meetfouten en ‘Climategate’, maar telkens opnieuw blijken alleen de steeds meer gesofisticeerde klimaatmodellen het best, veruit het best, alle waarnemingen te verklaren. 

De klimaatconferentie van Parijs in 2015 komt tot verregaande engagementen. Die twee graden moeten ernstig genomen worden (zoals ik al in 2008 zelf had geleerd en experts uiteraard al vele jaren vroeger wisten), daar mogen we nooit of nooit doorschieten. Je speelt geen Russische roulette met vier kogels in de revolver. Zelfs één kogel is te veel, die zit er nu al in. En om de twintig jaar stoppen we er een kogel bij en mogen we eens ‘spelen’.  Daarom engageren de wereldleiders zich om alles, letterlijk alles, in het werk te stellen om die opwarming nooit zover te laten komen, en ze richten hun blik op 1,5 graden. Is dat haalbaar? De eco-optimisten stellen ja, wij doen het. De handen uit de mouwen steken, niet te veel blabla, geen slogans, en die afspraken steunen, want zij zorgen voor een wereldomvattend klimaatbeleid. Het lijkt op het lijf geschreven van mevrouw Vanwesenbeeck en haar partij. Optimism is a moral duty, citeerde Guy Verhofstadt zo graag Popper. Eco-optimisme, en laten we er vooral iets aan DOEN.

Ondertussen weten we dat 1,5 graden een weinig benijdenswaardige situatie is. Zelfs nu, met iets meer dan 1 graad opwarming, ervaren we al de extreme gevolgen. Bij 1,5 graden krijgen we nog meer, nog langere bosbranden, misschien meer, maar zeker nog intensere orkanen (leg dat maar uit aan de inwoners van Haïti en Miami), nog meer regenbommen, eindeloze hittegolven, droogtes, gebrek aan drinkwater. En… de stijging van 1 graad naar 1,5 graden, leidt tot meer natuurproblemen dan de stijging van 0,5 graad naar 1 graad. Exponentieel, weet u wel. 2 graden is dus geen ‘walk in the park’, een gezondheidswandeling voor de mensheid, waarbij we wijn uit België op onze zonovergoten terrassen kunnen drinken. Ach ja, het dreigende watertekort vorig jaar, dat zal wel toeval geweest zijn. Het regent nu toch, laten we ons vooral geen zorgen maken waar er (nog) geen zijn.

We zijn meer dan drie jaar verder. Een lange periode om te bewijzen aan iedereen, ook aan de kinderen die toen dertien-veertien waren, dat hun politieke leiders hun vertrouwen waard waren. Waarom betogen ze dan toch, waarom laten ze zich zo gemakkelijk misleiden door die oproerzaaiers zonder geduld, zonder politieke ervaring, zonder de levenswijsheid van al die volwassen politici, door ons verkozen en onze vertegenwoordigers in een nog steeds vlot werkende democratie.  

Het antwoord stond vandaag in De Standaard. Op de eerste pagina. België ligt mijlenver van zijn klimaatdoel…. Zal de uitstoot tussen 2016 en 2035 niet DALEN maar STIJGEN van 115,8 miljoen ton CO2-equivalent naar 125,2 miljoen ton (tegen 2050 moet die bij manier van spreken 0 (nul) zijn); ook niet-statistici begrijpen dat er een ‘probleempje’ is, zelfs indien u protesteert tegen die cijfers en zwaait met nieuwe beloftes die een en ander zullen halveren; beloftes…. halveren? We halen de oude niet, en zwaaien dus met nieuwe. Ik dacht ‘doen’, ik dacht dat dit de enige eis van die klimaatspijbelaars was… we liggen dus nu al ferm achter op wat we in 2015 hebben beloofd? Misschien is een beetje druk op politici om niet meer te beloven, maar iets te doen wel erg wijs, zeer volwassen? Ik zou zelfs durven zegge: dat getuigt van echt staatsmanschap. Als mensen hun beloftes niet houden, is het dan niet goed dat ze daar door ouderen met meer verantwoordelijkheidszin op gewezen worden? En wat als ouderen dat niet doen? Dan heb je mensen nodig met nog meer wijsheid en verantwoordelijkheidszin om er even heel duidelijk op te wijzen dat er echt geen planeet B is.

Is er haast bij ? Experts weten nu al dat 1,5 graden, -ik herhaal me even, een weinig benijdenswaardige situatie-, echt niet meer haalbaar is. Op dit ogenblik weten ze dat zelfs 2 graden, het allerhoogste dat we ons ooit kunnen permitteren waarschijnlijk ook al bijna niet meer haalbaar is, net door het wereldwijd talmen van de politici, die ons wel erg duidelijk hebben gemaakt, niet in woorden, maar in daden, dat ze het niet zomaar eventjes kunnen oplossen. De eindeloze speurtocht van de dames en heren naar evenwichten heeft een van de grootste dreigende onevenwichten uit de menselijke geschiedenis veroorzaakt. En, geloof de klimaatwetenschappers maar (en niet de populisten die slogans plaatsen tegenover modellen) als zij stellen: helaas een onherstelbaar onevenwicht, dat de mensheid honderden jaren met zich zou meeslepen. En op mijn leeftijd zet ik dergelijke zinnen niet lichtzinnig op papier.  Ook al geloof ik rotsvast in technologische vooruitgang en de vrije onderneming, én in de creativiteit en het aanpassingsvermogen van de mens. Nu nog geloven in de politici. Dan pas kunnen de volgende generaties hun diploma’s inzetten om nog schonere technologieën te ontwikkelen, nog betere samenlevingsmodellen uit te tekenen en iedereen aan te tonen dat een koolstofvrije economie best leuk én productief is.

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Rubrieken