Het Rik Torfs-syndroom, klimaatverstoring en het Getty-museum in L.A.

H

Rik Torfs heeft een roman geschreven. De pers lijkt er niet van te houden. Ik begrijp waarom. Een goede roman moet beantwoorden aan verschillende kwaliteitscriteria, die uitvoerig beschreven worden in de literatuurwetenschap.  Sommige natuurtalenten hebben die criteria als het ware ingebouwd, anderen scoren gewoon een toevalstreffer, maar zowat alle goede romanschrijvers nemen hun vak ernstig. Is Torfs een natuurtalent? Waarschijnlijk niet. De man is expert kerkelijk recht, politicus, ex-jurylid bij de slimste wens, ex-rector en schrijft vele heel korte columns. In een interview vorige week zegde hij: ik vind het plezant tegendraads te zijn. Dat is zijn grote kenmerk en zijn goed recht. Soms is tegendraads boeiend, soms grappig, maar als je net op iets te veel gebieden tegendraads bent, is het vooral saai. En dat lijkt zijn roman dus vooral te zijn. Ik noem dat het Rik Torfs-syndroom. Je scoort (bij het brede publiek) met een bepaalde manier van optreden, het is verfrissend, en soms heel kwaliteitsvol, je hebt je ‘truc’ gevonden en je blijft die eindeloos herhalen. 

Een van de sterkste psychologen ooit was Hans Jurgen Eysenck. De man heeft door de  kracht van zijn analyse vele intellectuele debatten gewonnen. Naar het einde van zijn leven begon hij zijn ‘spelletje’ toe te passen op het feit of roken wel degelijk longkanker veroorzaakte.  Hij stelde dat er misschien toch wel sprake was van een ‘gemeenschappelijke derde’, zoals vaak in de psychologie. Hij ging die derde niet ver zoeken, namelijk bij zijn specialiteit, persoonlijkheid. Was het niet zo dat een bepaalde persoonlijkheid én ervoor zorgde dat men kanker kreeg én ging roken?  Als je genoeg in de databases zoekt, vind je wel enige evidentie voor zo’n stelling, maar dan moet je wel tegelijkertijd een veelvoud aan data verwaarlozen. Je vindt immers voor elke stelling, hoe dwaas ook, wel een studie die deze stelling ‘bewijst’. Eysenck werd het slachtoffer van het Rik Torfs-syndroom, graag tegendraads zijn en daarin koppig volharden, tegen alle signalen in. 

In het Laatste Nieuws van 29 oktober kopt men breed uit dat de strijd tegen de opwarming der aarde een verloren zaak is. De bron van dit bericht: ene prof Roger Pierce jr. Belangrijk, zo meldt de krant: hij is een ernstig wetenschapper en geen klimaatontkenner. Maar wel tegendraads. Pierce heeft naam gemaakt in het klimaatdebat door ‘aan te tonen’ dat er geen verband is tussen opwarming der aarde en extreme weerfenomenen zoals bosbranden (op het ogenblik dat we dit schrijven worden het Getty Museum en de Reagan Bibliotheek in Californië bedreigd door zo’n ‘gewone’ brand), orkanen, overstromingen. Zijn basisargument was helder: het aantal dergelijke fenomenen blijft op lange termijn gelijk, maar omdat er altijd maar meer mensen wonen op de verkeerde plaatsen en die mensen steeds duurdere dingen bezitten en in duurdere huizen wonen, is de schade steeds groter, maar niet het objectieve aantal keren dat zo’n ramp plaatsvindt. Pierce had gedeeltelijk gelijk, maar sinds zijn eerste beweringen is de situatie grondig veranderd, heeft men ernstige tekorten in zijn redenering aangetoond en neigt de wetenschappelijke consensus (echte wetenschap is nooit helemaal zeker, charlatanisme wel) zeer sterk naar een onvoorwaardelijke bevestiging: er is wel degelijk een verband tussen opwarming der aarde en vele (niet alle! aardbevingen bijvoorbeeld niet) extreme natuurfenomenen.

De naam Roger Pierce googelen is geen hartverheffende bezigheid. De man lijkt wel degelijk ernstige wetenschap te willen bedrijven, maar is het slachtoffer geworden van het Rik Torfs-syndroom, hij wordt opgetrommeld door (Republikeinse) politici, treedt op in tv-shows met zijn (ondertussen dus helaas al voorbijgestreefde) boodschap, en is ook het voorwerp van zeer venijnige aanvallen, en zijn critici worden op hun beurt het object van spot en hoon. 

De man is zoals gezegd blijkbaar graag tegendraads , niet helemaal ‘neutraal’ in het klimaatdebat, maar de vraag is natuurlijk is wie nog wel ‘neutraal’ is. Bijzonder boeiend echter is de stelling die hij nu verdedigt. Het is hopeloos. Zijn cijfers komen in essentie hier op neer: welke inspanningen we ook leveren, die zullen nooit voldoende zijn om de op hol geslagen opwarming af te remmen, te stoppen en eventueel zelfs om te keren. We kunnen in het klimaattheater wel waanzinnig ambitieuze doelstellingen formuleren voor de jaren 2030 of 2050, maar we halen nu niets eens ‘gewone’ doelstellingen. Integendeel, ondanks alle windmolens, zonnepanelen, en andere ‘propere’ energie, stoten we meer CO2 uit dan ooit. En vergeet niet dat klimaatwetenschappers (en Al Gore) al lang aan de alarmbel trekken. We hebben tijd zat gehad als volwassenen, niet als puberachtige klimaatspijbelaars,  ‘bij te sturen’. Het lijkt het Vlaams regeerakkoord wel. Laten we realistisch blijven… Pierce is geen eco-optimist: deze club gelooft dat slimme ingenieurs er wel iets zullen op vinden, onderschat de vindingrijkheid van de mens niet, zeker als het water hem tot aan de lippen staat, en enkele dagen geleden lazen we in De Morgen dat dit in 2050 zelfs in Dendermonde af en toe zou kunnen door overstromingen, ten gevolge van de stijging van de zeespiegel. Maar de modellen die dat voorspellen zijn ook al weer voorbijgestreefd en houden geen rekening met de inspanningen die we nu al leveren aan onze Belgische kust. 

Wat rest er ons dan nog? Leren leven met de gevolgen. Ons aanpassen. Ik kan de redenering wel volgen, maar een regering zoals de Vlaamse heeft dan wel een dubbele morele plicht: ons goed informeren over de huidige kennis van die gevolgen (en die kennis wijst op mislukte oogsten, grote migratiestromen, overstromingen op nooit geziene schaal, eindeloze bos- en heidebranden, enzovoort) en vooral de burger duidelijk maken dat dit heel veel zal kosten, dat wie nu vindt dat een ‘groene’ belasting echt niet kan, -we betalen al zoveel belastingen-, zich best voorbereidt op steeds hogere belastingen om dijken te bouwen, andere type wegen en overheidsgebouwen aan te leggen, voedselsubsidies te geven, enzovoort, en dit in een economisch klimaat dat waarschijnlijk ‘verarming’ uitschreeuwt. Maar regeringen brengen niet graag die boodschap. Die laten ons liever discussiëren over bedrijfswagens en woonbonussen. Als we naar het einde van het jaar toe zullen lezen dat het jaar 2019 het tweede of derde heetste jaar ooit was in de wereld (het recordjaar 2016 zal netjes overeind blijven), dan zullen we best even de schouders ophalen en zeggen: wat een eentonig verhaal. Gelukkig kunnen we uitkijken naar de nieuwe afleveringen van F.C. De Kampioenen. 

Terug naar de branden rond het Getty-musuem in L.A.  Samen met het Louvre van Abu Dhabi het meest indrukwekkende museumgebouw dat ik ooit heb bezocht. Men ontruimt er nu de kunstwerken niet, omdat  het speciaal is ontworpen tegen brand. In zekere zin bestaat het uit een constructie binnen een constructie. De buitenlaag kan gerust opbranden. Peperduur uiteraard. Een mooi voorbeeld van wat bijvoorbeeld het SMAK te wachten staat als het ernstig rekening wil houden met klimaatverandering.  Oh ja, het Getty-museum en de Reagan library hadden afgelopen zomer ook geiten laten grazen in hun onmiddelijke omgeving als een vorm van brandpreventie. De Groenen wisten het lang, er is een innige band tussen ‘Groen’ en bestrijding van de opwarming der aarde. Maar Munich Re, een heel grote herverzekeraar, weet ook al vrij lang dat steeds meer risico’s onverzekerbaar worden. Met geiten alleen zullen we er niet komen op deze planeet A.

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Rubrieken